Ruimere kijk op professionalisering

Lesgeven

 
••••••••••

 

 

Wanneer ben je een goede docent?

Docenten werken nog te veel vanuit vakinhoud. Ellen Klatter, lector Versterking Beroepsonderwijs (Kenniscentrum Talentontwikkeling, Hogeschool Rotterdam) en lector Didactiek Techniekonderwijs (Fontys Hogescholen, Eindhoven), pleit voor een bredere kijk van docenten op hun professionele functioneren. ‘Als docent ben je zoveel meer dan iemand die lesstof behandelt.’

U ziet ‘professionele identiteit’ als dé bouwsteen voor ijzersterk beroepsonderwijs. Wat is dat precies: professionele identiteit?

‘Het gaat hierbij om opvattingen over wat jouw taak inhoudt en waaruit je jouw motivatie haalt. Wat vind jij dat je moet weten en kunnen om een goede docent te zijn? Waar leid je voor op en wat is jouw rol daarin? Docenten hebben hier heel verschillende opvattingen over. Veel docenten werken bijvoorbeeld primair vanuit lesstof. Terwijl doceren zoveel meer is. Het gaat er ook om dat je wilt weten wat er omgaat in de leerlingen, dat je een strategie hebt om mensen iets te leren, dat je je verdiept in beroepen en functies die leerlingen later gaan uitoefenen.’

Hoe wilt u dat docenten naar zichzelf kijken? Wat zou hun professionele identiteit moeten zijn?
‘Je kunt niet voorschrijven wat die identiteit moet zijn! We hebben lessen geobserveerd bij de technische opleidingen van Fontys. Dat heeft ons gesterkt in de gedachte dat een docent idealiter aandacht besteedt aan vier segmenten die hij of naar behoren kan integreren in zijn onderwijs (zie kader, red.).’ 

‘Door rollen te benoemen kun je docenten en teams zelfbewuster en beter maken’

‘Natuurlijk is de inhoud van de lesstof – de ‘content’ – van groot belang. Maar ook de context waarvoor je lesgeeft, de doelgroep en de didactische methode die je kiest, bepalen of je jezelf een goede docent mag noemen. In het onderwijs praten we veel over organisatie, structuur, omgaan met ICT en dergelijke. Terwijl ook op microniveau nog veel winst te behalen is door leerprocessen te optimaliseren. Weet je als docent welke denkstappen jouw leerlingen maken en hoe je dat denken kunt richten? Weet je als docent te appelleren aan de ambities en talenten van leerlingen? Dat is zeker zo belangrijk.’


Op vier fronten goed scoren: is dat niet wat veel gevraagd voor een docent?
‘Uiteraard is niet iedere docent in alles even goed onderlegd. Zorg daarom dat je als docententeam genoeg te bieden hebt. Het mooie is: je kunt aan alle vier segmenten specifieke rollen verbinden. Wie vooral werkt vanuit vakinhoud ziet zichzelf bijvoorbeeld graag als vakexpert. Wie vooral werkt vanuit de context van het werkveld of het bedrijfsleven opereert als een innovator. Docenten die vooral vanuit de doelgroep werken, stellen zich op als coach en begeleider. En wie met name experimenteert met didactische methodes kan zichzelf eerst en vooral beschouwen als een vakdidacticus. 

‘Juist op microniveau is nog veel winst te behalen door leerprocessen te optimaliseren’

Door dergelijke rollen – én zelfbeelden! - te benoemen kun je docenten en teams zelfbewuster en beter maken. Ook kun je als docententeam segmenten verbinden. Zoals content en didactiek - in dat geval ligt de nadruk op de cognitieve ontwikkeling. Laat de vakexpert en de didacticus samen onderzoeken hoe je vakinhoud het beste kunt combineren met passende werkvormen. Stem dit vervolgens af op de kenmerken van de doelgroep en de context waarvoor je opleidt. Zo kom je samen tot passend en krachtig beroepsonderwijs.’
Dé succesfactor bij het aanleren van nieuwe competenties is het direct en blijvend kunnen toepassen van kennis en vaardigheden. Rubens: ‘Het is, ook bij docenten, zaak om leren en werken te integreren. Kennis en gebruik van ICT moet gekoppeld zijn aan concrete leerdoelen, leerinhouden en leeractiviteiten. Het gebruik moet ingebed zijn binnen het onderwijs. Neem online groepsdiscussies, deze zijn nu vaak te vrijblijvend. Je moet daarom echt leren hoe je zo’n instrument doelgericht kunt inzetten. En weblogs kun je bijvoorbeeld prima inzetten voor reflectie. Maar het is onethisch om lerenden via blogs te laten reflecteren op hun persoonlijk functioneren.’
 
MOOC’s
De laatste tijd winnen MOOC’s aan populariteit. Deze massive open online courses kunnen effectief zijn om docenten digitaal bij te spijkeren, meent Rubens. ‘Grote kracht is dat ze laagdrempelig zijn. Je kunt op elk moment meedoen, naar behoefte onderdelen afnemen. Zelf heb ik onlangs een MOOC ontwikkeld over blended learning. Docenten moesten hierbij aan de slag met herontwerp van hun eigen cursus of opleiding. Ze konden het geleerde meteen in de praktijk toepassen. Dat werkt. Wat ik nog mooier vind: meerdere docenten hebben de tools die ze hebben leren kennen direct ingezet als innovatieve onderwijsvorm. Tools zoals Screencast-software, maar ook Student Response Systemen zoals Socrative.’

 

Het segmentenmodel

HBO Raad, 2012

Docenten hebben verschillende opvattingen over wat hun taak inhoudt en waaruit zij hun motivatie halen. Waar iemand de nadruk op legt, wordt doorgaans bepaald door de eigen professionele of beroepsidentiteit, de kern van onderstaande vier segmenten:

  • Content
    Hoe staat het met vakinhoud en vakkennis, in hoeverre beheers ik de lesstof?
  • Context
    Waar leid ik voor op? Wat zijn de beroepen en functies van de toekomst? Wat is de vraag op de arbeidsmarkt? Welke innovaties kan ik betrekken in mijn onderwijs?
  • Doelgroep
    Wie heb ik voor me, waar gaat deze persoon ook qua loopbaan naar toe?
  • Didactische methodiek
    Op welke manier geef ik les: interactief, frontaal, digitaal etc.?