Sociale innovatie en professionalisering

gaan hand in hand

 
••••••••••

 

 

Route naar ondernemende onderwijsteams

Professionaliseringstrajecten in het beroepsonderwijs staan of vallen met de bereidheid tot sociale innovatie. Volgens onderwijsadviseur René Strijbosch liggen de sleutels tot sociale innovatie in ondernemerschap, passie en succesvol bezig zijn.

Sociale innovatie betekent het systematisch veranderen van een aanpak en is daarmee een vehikel voor onderwijsvernieuwing. René Strijbosch, projectmanager sociale innovatie bij KPC Groep, noemt het invoeren van een digitale leeromgeving als voorbeeld. ‘Een digitale leeromgeving is in feite productinnovatie, maar pas als directie, docenten en leerlingen de digitale leeromgeving omarmen, kun je spreken van sociale innovatie. Acceptatie en eigenaarschap zijn dus kernbegrippen bij sociale innovatie. De gebruikers stellen met elkaar de mogelijkheden, het gemak en het genot vast. Zij moeten in feite het roer overnemen voor de vernieuwing en verbetering van hun eigen onderwijs.’  

‘Teamleden moeten samen bepalen welke scholingsbehoefte er ligt om de begeleiding van studenten te verbeteren’

Sociale innovatie en professionalisering gaan hand in hand in een open leercultuur, met kritische medewerkers die kennis met anderen willen delen. Waar bovendien een gezamenlijke ambitie en eigenaarschap heerst, stelt Strijbosch. ‘Stel een school wil Loopbaan Oriëntatie en Begeleiding (LOB) een flinke impuls geven, dan vraagt dat om een bereidwillige en daadkrachtige aanpak van het hele onderwijsteam. Dat kan alleen maar als je als team de urgentie voor een vernieuwende aanpak ziet en deze ook omarmt. Teamleden moeten samen bepalen welke scholingsbehoefte er ligt om de begeleiding van studenten te verbeteren.’

Brede dialoog
Besef van eigenaarschap is volgens Strijbosch niet iets vanzelfsprekends voor het onderwijs. ‘Het zit niet in de onderwijscultuur. Hetzelfde geldt voor het aangaan van een brede dialoog. Als mens zijn we geneigd om de dialoog vooral aan te gaan met de direct betrokkene(n). De kracht van de sociale innovatieaanpak is dat het gesprek plaatsvindt met álle partijen die een belang hebben bij een thema. Bij de invoering van LOB – om even terug te gaan naar dat voorbeeld – zijn dat de docenten, leerlingen, ouders en bedrijven. Vooral het regionale bedrijfsleven is een partij die steeds meer betrokken wordt in de uitvoering van het beroepsonderwijs. Externen brengen nieuw inzicht, nieuwe ervaring en nieuwe ideeën.’ 

Sleutel tot revitalisering
Het succes van een goed samenwerkend en betrokken onderwijsteam hangt samen met drie factoren, zegt Strijbosch. ‘Ondernemerschap, passie en succesvol bezig zijn. Dit zijn zaken die iedereen in zich draagt, maar die niet bij iedereen worden aangesproken. Sommige docenten zijn in de loop van hun carrière wellicht vergeten waar het hen om te doen is, waarom ze in het onderwijs zitten. Maar als ze de ruimte krijgen hun drijfveren te (her)ontdekken en hun talenten aan te spreken, heb je als teamleider de sleutel in handen om het hele onderwijsteam te revitaliseren.’

Speelruimte
Sociale Innovatie zorgt ervoor dat onderwijsteams ondernemender worden, zich eigenaar voelen van het thema en de urgentie onder ogen zien. Dat kan gaan over de invoering van de herziene vmbo-examens, de implementatie van de nieuwe kwalificatiedossiers, het ontwikkelen en uitvoeren van een doorlopende leerlijn in samenwerking met regionale partners, et cetera. Maar sociale innovatie en resultaatgerichtheid kunnen soms op gespannen voet met elkaar staan, erkent Strijbosch. ‘Bij het vaststellen van de Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s), zoals het aantal voortijdig schoolverlaters, het aantal geslaagden of bpv-bedrijventevredenheid-indicatoren, kan het zijn dat het onderwijsteam een andere haalbaarheid voor ogen heeft dan het management. Essentieel is de vraag: hoeveel speelruimte krijgt een team? Dat is een interessante kwestie, waarbij het voortdurend zoeken is naar de juiste balans.’