Hoge scores

 
••••••••••

Enquête onder deelnemers

Wat in 2003 begon als een subsidieregeling voor originele en experimentele vernieuwingen heeft uiteindelijk geleid tot meer dan honderd innovatieve projecten in het beroepsonderwijs. Over 46 daarvan was de auditcommissie zonder meer positief. We vroegen betrokkenen uit die projecten naar de resultaten en hun mening over de innovatiearrangementen. Een overzicht in vogelvlucht.

Naast hun algemene mening over het Innovatiearrangement, kregen de deelnemers aan de enquête vijf vragen voorgelegd:

  • Wat was het belangrijkste resultaat van het project?
  • Is het projectresultaat nog zichtbaar in het onderwijs?
  • Scoor jezelf op de vernieuwing/verbetering van je onderwijs.
  • Scoor jezelf op de samenwerking in de beroepskolom.
  • Scoor jezelf op meer en betere samenwerking met het bedrijfsleven.

Scores
Eerst maar de cijfers. Op de vraag of en in welke mate het onderwijs door het project is vernieuwd of verbeterd, scoorden de deelnemers gemiddeld een 7,5. Twee negens en een enkele 10 boden weerstand aan slechts twee vijven. Voor de rest werden louter zevens en achten gegeven. Een mooi resultaat. De score op meer samenwerking in de beroepskolom is een 7,3. Hier minder uitschieters naar boven en beneden, vooral veel zevens en achten. De samenwerking met het bedrijfsleven ten slotte scoort een fraaie 7,7. Al met al een prima rapport. Opvallend aan de cijfers is ook dat niemand uitgesproken negatief is. De enkele deelnemers die voor een van de vragen zichzelf een 5 of 6 scoorden, gaven in de andere kolommen hogere cijfers. Dat heeft wellicht met de focus van de afzonderlijke projecten te maken: waar in het project de nadruk op lag, leverde meestal een goed resultaat op.

Belangrijkste resultaat
Wat vonden de deelnemers het belangrijkste resultaat van hun projecten? Die resultaten lopen erg uiteen. Meer samenwerking wordt vaak genoemd: met het bedrijfsleven, met toeleverende vmbo-scholen, tussen verschillende ROC’s en met overheid en hulpverlenende instanties. Nieuwe onderwijsprogramma’s met daarin bijvoorbeeld meer aandacht voor talenten, voor ondernemerschap of meer maatwerk vinden we ook geregeld terug. Een greep uit de antwoorden:

_______________________________________

‘De eerste les is dat een stevige visie op professionaliseren nodig is. De vrijblijvendheid van het professionaliseren van docenten heeft plaatsgemaakt voor het besef dat blijvend professionaliseren noodzakelijk is om als docent goed te functioneren. Daarnaast is aangetoond dat professionaliseren van docenten een kwalitatief verbeterd effect heeft op leeropbrengsten van leerlingen.’
_______________________________________

En nu?
Zijn de genoemde resultaten blijvend zichtbaar? Vrijwel alle deelnemers beantwoorden deze vraag met een volmondig ‘Ja’. Slechts een persoon geeft aan dat het wegvallen van de subsidies het voortbestaan van het project wel onder druk zet. Iets om over na te denken. Bij de meeste andere partijen is bewust gekozen om de resultaten stevig te verankeren. Soms zijn de projecten opgenomen in het reguliere onderwijs. Andere partijen hebben gekozen voor convenanten, expliciet commitment van de schoolleiding of andere afspraken met alle betrokken partijen. In enkele gevallen is regionale subsidie gevonden om de projecten voort te zetten, of zijn er bedrijven die investeren.

___________________________________________
‘Samenwerking tussen onderwijs en ondernemers maakt het mogelijk om een leer-werkomgeving in te richten die studenten enthousiast maakt, uitdaagt, voldoening geeft en een goede voorbereiding biedt op de beroepspraktijk.’
___________________________________________

Op de vraag of deelnemers opnieuw mee zouden doen, regent het tienen: de extra ruimte en middelen om met een innovatief idee aan de slag te kunnen, worden gewaardeerd. Ook het nut van de combinatie met onderzoek wordt herhaaldelijk genoemd.