Henk Ritzen en Ton Bruining

 
••••••••••

 

 

‘Geef innovatie een kans’

De innovatiearrangementen zijn de afgelopen jaren uitgebreid onderzocht. Doel was om de scholen te laten focussen op resultaten. Maar die onderzoeken hebben volgens HPBO niet altijd meetbare resultaten opgeleverd. Hoe komt dat? En: is dat erg? Henk Ritzen (Saxion) en Ton Bruining (KPC Groep) over ‘goed onderzoek’ in het beroepsonderwijs.

Henk Ritzen heeft een dubbele functie: beleidsadviseur van het ROC van Twente en lector bij Saxion Hogeschool. Vanuit die laatste rol is hij ook betrokken geweest bij de innovatiearrangementen. Volgens hem hebben de onderzoeken daarnaar zeker wel bruikbare resultaten opgeleverd, in de vorm van casuïstiek. ‘Ik denk dat alle betrokken lectoren goed onderzoek hebben gedaan. Alleen leent het onderwijs zich niet goed voor experimenteel onderzoek. Handelings-, ontwerp- of actieonderzoek is veel beter geschikt voor het beroepsonderwijs. Dat levert concrete producten op. Pas als die producten enige tijd in gebruik zijn, kun je het effect daarvan meten. Dus eigenlijk moeten we na een paar jaar nog eens terugkijken op de innovatiearrangementen, dan zie je wellicht wel duidelijk meetbare resultaten.’

Goede aansluiting
Hoe ziet goed onderzoek in het beroepsonderwijs er volgens Ritzen dan uit? ‘Het mbo zit in een complexe netwerkomgeving, met niet alleen toeleverende en afnemende scholen, maar ook het bedrijfsleven. Een goede onderzoeker moet die werelden kunnen verbinden, ook de werelden van onderwijspraktijk en wetenschap. Voor iemand van buiten is dat lastig, dus een andere belangrijke factor is het eigenaarschap. Docenten moeten zich eigenaar voelen van het onderzoekstraject. Daarom  moet je aan de voorkant goed nadenken over wat je onderzoekt en welke methode je kiest. In de innovatiearrangementen is daarom ook zo vaak gekozen voor ontwerponderzoek. Dat sluit het beste aan bij de wereld van de docent: het levert een concreet resultaat. Of dat nu een boekje is, of een lessenserie: docenten willen iets tastbaars. De onderzoeker heeft dan vooral een rol als aanjager, hij doet literatuuronderzoek en evalueert en verbetert het ontwikkelde product. Ten slotte is het belangrijk de ontwikkelde producten te delen. Dan gaat het leven en voeg je echt iets toe aan de sector.’

‘Zorg voor interactief onderzoek: breng wetenschap en praktijk bij elkaar’

Ton Bruining - directeur beroepsonderwijs en adviseur bij KPC Groep - heeft maar liefst 25 van de innovatiearrangementen  geauditeerd. Ook was hij als onderzoeker en adviseur bij drie ervan nauw betrokken. Hij heeft dus een goed zicht op de diversiteit van de onderzoeken. Bruining herkent het commentaar op (het gebrek aan) meetbare resultaten wel:  ‘De mbo-lector is een relatief nieuw verschijnsel, op veel mbo-instellingen is er nog geen echte onderzoekscultuur. Daarnaast is er door HPBO ook niet zo gestuurd op het soort en type onderzoek. Dat vond ik zelf prima: het creëert vrijheid, maar ook veel variëteit.’

Collectief praktijkonderzoek
Bruining beaamt het belang van de punten die Ritzen ook noemde: ‘De verbinding tussen wetenschap en praktijk is essentieel, wetenschappers moeten ervoor waken op afstand hun onderzoek te doen of ‘te hoog over te vliegen’ met hun universitair onderzoek. Investeer in betrokkenheid van docenten, kijk naar wat het mbo nodig heeft en stel jezelf de vraag hoe je daaraan dienstbaar kunt zijn. Naast actieonderzoek wil ik  in dit verband ook wijzen op collectief praktijkonderzoek. Daarbij ontwikkelt een groep docenten een gezamenlijke ambitie, direct verbonden met hun eigen context. Ze stellen vragen aan zichzelf en aan elkaar en doen onderzoek dat die vragen beantwoordt. Zulk onderzoek past bij het ontwikkelen van een onderzoekcultuur en het eigenaarschap van docenten.’

‘De innovatiearrangementen hebben laten zien wat er nodig is om innovatie op gang te brengen’

Onderzoek en onderwijs hoeven dus zeker niet op gespannen voet te staan. Maar doe bij innovatie liever geen effectonderzoek. Je kijkt naar iets dat nog niet klaar is, nog niet ingebed en nog niet grootschalig gebruikt. Geef innovatie een kans en staar je niet blind op cijfers en resultaten. Onderzoek liever het proces.  Beschrijf best practices, betrek docenten en meet pas na een paar jaar wat het effect is. De innovatiearrangementen hebben laten zien wat er nodig is om innovatie op gang te brengen. Dat is een echte toegevoegde waarde.’

‘We wilden scholen helpen bij het opzetten van een stevig – en bij de praktijk passend – curriculum’

In 2010 stellen de Vrienden van Elektro vast dat de afstand tussen