Student in the spotlight

 
•••••••••••

 

 

Student en beroepsmilitair
Lex Elants...

begint zijn schoolloopbaan in 1984 op mavo ’t Anker in Arnhem. Na vier jaar stapt hij over op de lts en slaagt twee jaar later in de richting motorvoertuigen, C-niveau. Het vervolg is een mbo-opleiding op niveau 3 en een baan als beroepsmilitair. Sinds 2010 combineert hij zijn werk met een opleiding. ‘Ik ben onderofficier en wil naar de Koninklijke Militaire Academie (KMA), daarvoor heb ik een hbo-diploma nodig.’ Nog vier punten te gaan…

‘Mijn dag begint om zeven uur ’s ochtends en eindigt om half vijf ‘s middags. Ik ben onderofficier technische dienst, dat betekent simpel gezegd dat ik behalve monteur ook leidinggevende in een werkplaats ben. Alle denkbare voertuigen van de landmacht komen hier binnen voor onderhoud of reparatie. Maar ik wil verder, binnen defensie. Mijn plan was om na een voorbereidend leerjaar mijn propedeuse te halen en dan te solliciteren bij de KMA. Het voorbereidende leerjaar concentreert zich op drie vakken: Nederlands, wis- en natuurkunde. Ik moest dit leerjaar doorlopen, omdat ik geen mbo-diploma op niveau 4 heb.’ 

‘Dankzij de associate degree kon ik mijn opleidingstraject opknippen’

‘Tijdens mijn propedeusejaar, heb ik mijn plan van aanpak gewijzigd omdat de KMA de toelatingseisen aanscherpte: een hbo-propedeuse is niet meer genoeg. Je hebt nu een hbo-diploma nodig. Ik ben eerst begonnen aan de associate degree-opleiding motorvoertuigentechniek, omdat je als beroepsmilitair uitgezonden kunt worden. Dan is het niet handig als je in een langdurig opleidingstraject zit, omdat het risico bestaat dat je de opleiding moet afbreken en met lege handen staat. Dankzij de associate degree (Ad, red.) kon ik mijn opleidingstraject opknippen. Via de propedeuse heb ik mijn Ad-diploma gehaald en nu zit ik in de slotfase van mijn hbo-opleiding. Ik moet nog vier punten halen en dan heb ik mijn lerarenopleiding motorvoertuigentechniek voltooid. ’

Aansluiting
‘Het hele traject – van voorbereidend leerjaar tot en met de lerarenopleiding – heb ik bij Windesheim gevolgd. Van blended learning was nog niet echt sprake toen ik begon. Volgens mij is Windesheim daar nu alweer veel verder mee. Wat me wel opviel, is dat soms onduidelijk was welke vakken je na het Ad-traject moest volgen en wanneer. Ad-studenten vormden een paar jaar geleden toch een aparte groep, met een ander traject. Ik denk dat informatie over die aansluiting op het derde en vierde hbo-leerjaar nu beter is. Overigens heeft het voor mij geen problemen opgeleverd: zowel docenten als loopbaanbegeleiders hebben steeds alles in het werk gesteld om mij en mijn medestudenten te helpen.’

Goede papieren
‘Als ik klaar ben, kan ik gaan solliciteren bij de KMA. Nee, ik heb niet de garantie dat ik aangenomen word. Maar als ik de sollicitatieprocedure goed doorloop, kom ik in een managementfunctie terecht. Mocht het onverhoopt niet lukken, dat treedt plan B in werking: ik heb goede papieren om binnen defensie anderen te gaan opleiden. Het zou mooi zijn om dan nog de studie Opleidingskunde aan mijn CV toe te voegen. Dat is denk ik een nuttige specialisatie in het opleidings- en coachingswereldje. Maar vooralsnog koers ik op plan A.’

Dé succesfactor bij het aanleren van nieuwe competenties is het direct en blijvend kunnen toepassen van kennis en vaardigheden. Rubens: ‘Het is, ook bij docenten, zaak om leren en werken te integreren. Kennis en gebruik van ICT moet gekoppeld zijn aan concrete leerdoelen, leerinhouden en leeractiviteiten. Het gebruik moet ingebed zijn binnen het onderwijs. Neem online groepsdiscussies, deze zijn nu vaak te vrijblijvend. Je moet daarom echt leren hoe je zo’n instrument doelgericht kunt inzetten. En weblogs kun je bijvoorbeeld prima inzetten voor reflectie. Maar het is onethisch om lerenden via blogs te laten reflecteren op hun persoonlijk functioneren.’
 
MOOC’s
De laatste tijd winnen MOOC’s aan populariteit. Deze massive open online courses kunnen effectief zijn om docenten digitaal bij te spijkeren, meent Rubens. ‘Grote kracht is dat ze laagdrempelig zijn. Je kunt op elk moment meedoen, naar behoefte onderdelen afnemen. Zelf heb ik onlangs een MOOC ontwikkeld over blended learning. Docenten moesten hierbij aan de slag met herontwerp van hun eigen cursus of opleiding. Ze konden het geleerde meteen in de praktijk toepassen. Dat werkt. Wat ik nog mooier vind: meerdere docenten hebben de tools die ze hebben leren kennen direct ingezet als innovatieve onderwijsvorm. Tools zoals Screencast-software, maar ook Student Response Systemen zoals Socrative

De Associate degree

Bijna tien jaar geleden startten de eerste pilots met de Associate degree (Ad). Nu zijn er meer dan honderdvijftig Ad’s. Met name in de sectoren Groen, Techniek, Economie en Zorg & Welzijn. Toch bestaan er nog veel misverstanden en vragen rond de hbo-Associate. We leggen ze voor aan pleitbezorger van het eerste uur: Hans Daale.

De Ad: Waarom ook alweer?
‘In de eerste plaats omdat er behoefte was en is bij het bedrijfsleven, want de Ad moet sterk arbeidsmarktrelevant zijn. Werknemers met een mbo-opleiding op niveau vier volgen tijdens hun loopbaan vaak allerlei opleidingen en cursussen. Als je die allemaal bij elkaar neemt, heb je al snel de basis voor een complete Ad-opleiding. Daarnaast is het startersniveau in veel sectoren wat lager dan het hbo-bachelorniveau. De Ad vult dit gat – de invoering van dit niveau voorkomt dat veel hbo’ers op een te laag niveau beginnen. Daarbij vereist onze kenniseconomie steeds meer mensen met een hoger opleidingsniveau dan mbo 4. Maar na het mbo nog een keer vier jaar studeren, is gewoon erg lang. De drempel is dan ook vaak te hoog.’

De Ad, dat is toch een opleiding tussen mbo en hbo in?
‘Nee. Dat is een veelgehoord misverstand omdat veel mensen het hbo alleen met een Bachelor (B) associëren. De Ad is een hbo-opleiding van twee jaar. Doorloop je het eerste jaar goed, dan heb je nog maar een jaar te gaan. De Ad is sinds 2006 een wettelijk erkend diploma. Dit type opleiding – op dit niveau – bestaat bovendien over de hele wereld.  Studenten kunnen er na twee jaar voor kiezen om verder te studeren en na nog eens twee jaar het niveau van Bachelor bereiken. Overigens stroom je als Ad’er dan niet per se in bij derdejaarsstudenten van de ‘ongedeelde’ bacheloropleiding: na de Ad kan de betreffende hogeschool zonder probleem een programma op maat bieden dan aansluit bij de Ad.’

Wat heb je als school aan een AD-opleiding? En als student?
‘Grootste voordeel voor hogescholen is dat er minder studenten hoeven uit te vallen bij de vierjarige route. Bovendien kunnen onderwijsinstellingen hiermee veel beter inspelen op ontwikkelingen in het bedrijfsleven. Voor studenten is twee jaar – zoals gezegd – te overzien. En vergeet niet: als mbo’ers beginnen aan een Bachelor en ze vallen uit, zijn ze het geld en de tijd die erin zit kwijt.’

Is de Ad ‘af’?
‘Zeker niet. Mbo’ers op niveau 4 kunnen na hun afstuderen – als ze niet meteen gaan werken – vaak kiezen uit twee smaken: Ad of B. De vraag is hoe mbo’ers komen tot een goede keuze. Loopbaanoriëntatie en -begeleiding is een van de manieren. Maar misschien moet het eerste semester, als de Ad en B in het begin gelijk opgaan, bestaan uit  basisvakken gevolgd door een assessment. Daarbij zou het mooi zijn als mbo en hbo elkaar beter leren kennen en meer samenwerken. Dat komt de verdere ontwikkeling van de hbo-Associate zeker ten goede.’