Intro

 
••••••••••

Feiten en cijfers

Het geheel is meer dan de som der delen. Dit besef zorgt voor toenemende aandacht voor een sterke beroepskolom, waarbinnen vmbo, mbo en hbo intensief samenwerken. Alleen zo kan Nederland op kennis-economisch gebied stappen zetten en kan voortijdige schooluitval worden teruggedrongen. Maar hoe zit het eigenlijk met de doorstroom vmbo-mbo-hbo? We zetten de feiten op een rij.

1. Overgang vmbo-mbo kan beter
De overgang van het vmbo naar het mbo verloopt niet altijd even soepel. Een aanzienlijk deel van de vmbo’ers strandt bij de overstap naar het mbo: een deel schrijft zich niet in en in de eerste maanden van het mbo vallen veel leerlingen uit. Daarom staat samenwerking tussen vmbo en mbo hoog op de agenda van zowel de MBO Raad als de VO-raad. Niet alleen bevordert een goede samenwerking een goede doorstroom. Ook helpt het studenten bij het maken van een gefundeerde beroepskeuze, waardoor voortijdige schooluitval kan worden voorkomen. Bovendien zijn studenten die een gefundeerde beroepskeuze maken, meer gemotiveerd om door te leren.



2. Samenwerking vmbo-mbo
Mbo en vmbo werken steeds meer samen. Bijvoorbeeld aan het vereenvoudigen, actualiseren en moderniseren van de beroepsgerichte programma’s, de invoering van de referentieniveaus voor taal en rekenen, de invoering van de rekentoets, het invoeren of verbeteren van loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) en goede informatievoorziening, begeleiding bij studieloopbaan- en beroepskeuze. Vmbo en mbo werken ook samen in vakcolleges. Scholen die deze zogenaamde vakroute aanbieden, staan voor arbeidsmarktrelevant opleiden en richten hun lesprogramma daarop in. Leerlingen krijgen vanaf het eerste leerjaar bijvoorbeeld al tien tot twaalf uur praktijkles per week.



3. Hoge uitval in het hbo
Van de studenten met een mbo-4-diploma stroomt ongeveer de helft direct of op een later moment door naar het hbo. Tegelijkertijd is de uitval in het hbo hoog. Daarom is een goede doorlopende leerlijn van mbo naar hbo erg belangrijk. Mbo’ers mogen – in tegenstelling tot havisten – beginnen aan alle hbo-opleidingen. Dit gaat echter veranderen. Hbo-instellingen mogen vanaf het schooljaar 2015-2016 aanvullende eisen stellen aan studenten die vanuit een niet-verwante mbo-opleiding willen doorstromen.
 

Doorstroominformatie van de MBO Raad en Vereniging Hogescholen (voorheen HBO-raad) laat zien dat:
  • studenten met een mbo-vooropleiding en een havo-vooropleiding in het hbo verschillende studieprestaties leveren;
  • mbo-studenten meer uitvallen in het eerste studiejaar en havisten vaker van opleiding veranderen;
  • meer mbo’ers na vijf jaar studie hun hbo-diploma hebben gehaald dan havisten;
  • havisten na acht jaar studie vaker hun diploma hebben gehaald dan mbo’ers.

 

4. Strategische agenda
Het kabinet zet in de strategische agenda ‘Hoger onderwijs, onderzoek en wetenschap: kwaliteit in verscheidenheid’ in op kwaliteitsverhoging in het hbo en het terugdringen van uitval. Belangrijke elementen van deze strategische agenda zijn:

  • Verbetering van de kwaliteit van het hoger onderwijs door meer onderwijstijd, kleinere groepen en hoger opgeleide docenten.
  • Verbetering van de voorbereiding op het hoger onderwijs door onder meer de invoering van referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen en generieke eisen Engels voor mbo-niveau 4.
  • Verbetering van studie- en loopbaanbegeleiding door beter voorlichtingsmateriaal vanuit de hogeschool, betere begeleiding vanuit het toeleverend onderwijs en de invoering van het wettelijk recht op studiekeuzegesprekken.

 

Onderzoek naar doorstroommodule ROC Mondriaan en De Haagse Hogeschool
ROC Mondriaan en De Haagse Hogeschool hebben geëxperimenteerd met een doorstroommodule, die de overstap van mbo naar hbo succesvoller moet maken. Maar biedt die module inderdaad de ondersteuning die mbo’ers nodig hebben om succesvol door te studeren aan het hbo? Uit onderzoek van Lieke Woelders en Tjitske Lovert-Reindersma blijkt dat mbo’ers die een groot deel van de bijeenkomsten van de module hebben bijgewoond vaker doorstromen naar het hbo. Van de doorstromers behalen de studenten die het programma vaker hebben bijgewoond meer studiepunten. Na het eerste jaar aan het hbo zijn er geen verschillen in studiesucces tussen verwante- en niet-verwante doorstromers.

Meer weten? Lees dan het artikel ‘Merkbaar en meetbaar succesvol doorstuderen’.