Sectoren zijn gescheiden werelden

 
•••••••••••

Rick Ruys: Kwestie van risico's durven nemen

Waarom heeft OCW geen Directie Beroepskolom?

Hélène van Oostrom is beleidsadviseur onderwijs bij de VO-raad. Volgens haar zijn de sectoren in beroepskolom nog steeds gescheiden werelden.

Hoe kijkt de VO-raad eigenlijk aan tegen de beroepskolom?
‘Als het mbo het hart is van de beroepskolom, is het vo het fundament. Het vo is een cruciale schakel richting vervolgopleidingen in mbo of hbo. We zijn als VO-raad volop bezig met versterking van de beroepskolom. Voorbeeld is de Werkagenda aansluiting vmbo-mbo. Hierin hebben we concrete afspraken gemaakt over samenwerking in de keten. In de vorm van onder andere professionalisering, LOB en een landelijk aanmeldpunt vmbo.’

Wat is uw ideaal als het gaat om de beroepskolom?
‘Het ideaal is dat de leerling met zijn kennis en vaardigheden écht centraal staat. Dat vraagt om verregaande flexibilisering. De VO-raad pleit voor maatwerkdiploma’s, zodat een leerling vakken op verschillende niveaus kan volgen. Er zijn gelukkig al steeds vaker hybride onderwijsvormen, waarbij leerlingen deels in het vo en deels in het mbo actief zijn. Op termijn zou het geweldig zijn als leerlingen ook zouden kunnen laveren tussen studieonderdelen op mbo- en hbo-niveau. Daarvan ken ik nu nog geen voorbeelden.’

Wat zijn nu nog drempels voor samenwerking?
‘Het zit soms in hele praktische zaken. In de Werkagenda aansluiting vmbo-mbo is bijvoorbeeld afgesproken dat instellingen onderling geen BTW meer verrekenen. Ook het toezicht en de omgang met bevoegdheden verschillen van elkaar. Qua bevoegdheden is het mbo soepeler dan het vo; in het mbo kan vaak worden volstaan met een pedagogisch-didactisch getuigschrift. Dat is niet handig op het moment dat je docenten uit het mbo wilt inschakelen in het vmbo.’

Waar staan we met de beroepskolom: wat moet beter?
‘Er is soms overlap in lesstof. Maar dat is op te lossen. Groter knelpunt is dat het AVO en de beroepskolom gescheiden werelden zijn. Dat begint bovenin. OCW heeft een directie VO, een directie MBO, een directie HBO, maar geen directie Beroepskolom. Dat werkt op alle niveaus door. We zien ook dat sectoren tegenover elkaar komen te staan. Er worden aanvullende instroomeisen gesteld, zoals met de Rekentoets. Terwijl het vo veel energie stopt in het waarborgen van de kwaliteit van zijn diploma’s. We moeten als onderwijssectoren juist op elkaar kunnen bouwen en vertrouwen.’

Welke initiatieven in de beroepskolom spreken u aan?
‘Er zijn Technasia, Bèta Challenges, Entreprenasia. Mooie initiatieven, met aandacht voor andere manieren van leren, met oog voor individuele vaardigheden. Het soort onderwijs dat eigenlijk iedereen wil. We horen het steeds tijdens onze VO2020-tour: zorg ervoor dat leerlingen toegerust zijn voor de toekomst, dat ze zicht hebben op wat ze echt kunnen en willen. Alleen: dit soort onderwijsvormen vinden buiten het curriculum plaats. Ze zijn de kers op de taart, maar ze zouden de taart zelf moeten zijn!’

Beleidsmatige toets: wat is het effect op de beroepskolom?
Hélène van Oostrom pleit voor een beleidsmatige toets op maatregelen in de beroepskolom. ‘Er worden vaak allerlei maatregelen voor specifieke sectoren bedacht, maar daarbij wordt onvoldoende gekeken wat het effect is voor leverende of afnemende sectoren. Bij iedere maatregel zou standaard getoetst moeten worden wat het effect is voor de rest van de beroepskolom. Zo verbeter je het beleid en verklein je de afstand tussen sectoren.’