Gebruik de kennis van oud-leerlingen

 
••••••••••

 

 

Gebruik hun kennis

De nieuwe experimenten met doorlopende leerlijnen vmbo-mbo moeten zorgen voor de 3 v’s: versnellen, verbreden, verdiepen. ‘De nadruk hoeft wat mij betreft niet op het versnellen te liggen. Versnellen is leuk, totdat het over je eigen kind gaat. Ik heb liever dat leerlingen iets extra’s leren dan dat ze maar snel, snel door de opleiding heen schieten’, zegt Jacqueline Kerkhoffs, directeur stichting Platforms VMBO. Wat zijn haar tips om de doorlopende leerlijn tot een succes te maken?


1. Benut experimenten om het idee door te voeren
Kerkhoffs vindt het belangrijk dat scholen nu de kans grijpen om volop te experimenteren met de doorlopende leerlijnen. ‘Nu mag je nog experimenteren en kun je ervoor zorgen dat je eigen idee later wordt uitgevoerd.’ De vernieuwde beroepsgerichte programma’s in het vmbo moeten straks zorgen voor betere aansluiting op het mbo. ‘In de praktijk horen we nu vaak van leerlingen dat lesprogramma’s elkaar overlappen. In andere gevallen beheersen mbo’ers bepaalde lesstof nog niet. Dat werkt demotiverend voor de leerlingen en frustrerend voor de docenten’, zegt Kerkhoffs.

2. Zoek de juiste partners
Het is voor mbo-instellingen van groot belang om te kijken met welke vmbo-scholen ze moeten samenwerken. ‘Je kunt als ROC vaak wel twee of drie vmbo-scholen eruit lichten waar je de meeste leerlingen vandaan krijgt. Dat moeten natuurlijk je samenwerkingspartners worden.’

3. Vorm ‘koppeltjes’
Een goede samenwerking tussen vmbo en mbo begint met dialoog. Maar het moet niet bij praten blijven. ‘Ik zie dat het vaak helpt als vmbo- en mbo-docenten aan elkaar gekoppeld worden. Dan leren ze van elkaar hoe ze te werk gaan en zien ze in de praktijk hoe ze daar op kunnen inspelen. Dat werkt beter dan van bovenaf opleggen hoe je te werk moet gaan’, aldus Kerkhoffs. Zij vindt het koppelen ook een nuttig instrument voor leerlingen bij stageplekken. ‘Mbo’ers kunnen de vmbo’ers iets leren en de vmbo’ers zien wat er van hen gevraagd wordt op het mbo.’

4. Maak gebruik van oud-leerlingen
Deze tip is vooral bedoeld voor het vmbo. ‘Ik ken diverse vmbo-scholen die mbo’ers vragen om in de vierde klas te vertellen over hun ervaringen met de vervolgopleiding. Waar lopen ze tegenaan, wat vinden ze leuk? Zo krijgen de schoolverlaters een beter beeld over een opleiding en bovendien hoort de school waar de samenwerking nog beter kan.’ Volgens Kerkhoffs zijn vooral tweedejaars mbo-studenten geschikt voor een terugkomdag. ‘Liefst aan het begin van het schooljaar. Dan hebben ze nog genoeg binding met het vmbo en tegelijkertijd hebben ze al een volledig jaar op de nieuwe plek achter de rug.’