Hybride leren over de grens

HYBRIDE LEREN OVER DE GRENS
••••••••••

Internationale belangstelling

voor Nederlandse aanpak

Internationaal gezien loopt Nederland voorop met de ontwikkeling van hybride leeromgevingen. 'Ons model voor het ontwerpen van een hybride leeromgeving blijkt ook in het buitenland te werken', aldus Aimee Hoeve van het Kenniscentrum Kwaliteit van Leren (HAN). 'Maar we zijn niet het enige land in de voorhoede.'

Zo zijn in Australië, Duitsland en Finland ook voorbeelden van leeromgevingen met een hybride karakter te vinden. 'Er zijn meer landen waar beleidsmakers, scholen en bedrijfsleven nadenken over een optimale verbinding tussen leren en werken', zegt Aimee Hoeve, tot voor kort onderzoeker bij ecbo en nu senior praktijkgericht onderzoeker aan de HAN. 'Ongeacht het land of de aanpak: grensoverschrijdende uitwisseling van kennis en ervaring houdt je scherp.'

Model werkt

Die uitwisseling leverde de Nederlandse onderzoekers het inzicht op dat hun model voor het ontwerpen van hybride leeromgevingen ook in andere landen toepasbaar is. 'Ongeacht cultuur of aanpak. In Zuid-Afrika blijkt het model te werken: toch een compleet andere context dan Nederland', vertelt Hoeve.

Binnen en buiten Europa is belangstelling voor het Nederlandse model. Van Finland tot Vietnam, van België tot Australië. Het model is ontwikkeld vanuit het Lectoraat Beroepsonderwijs aan de Hogeschool Utrecht, samen met de Universiteit Utrecht en is doorontwikkeld bij ecbo.

Zuid-Afrika

In Zuid-Afrika 'experimenteerde' de afdeling Hospitality van College of Capetown met een combinatie van leren en werken. Door een uitwisselingsproject met de Middelbare Horecaschool (MHS) van het Koning Willem I College (zie kader onder aan de pagina) voert de school nu het Nederlandse concept in met hulp van Erica Aalsma, van De Leermeesters. 'Het krijgt waarschijnlijk een vervolg: de overheid heeft plannen om het uit te rollen in negen regio’s.'

Een frisse blik

Wat nemen Nederlandse onderzoekers mee uit het buitenland? Hoeve: 'De manier waarop wij hier een hybride leeromgeving "bouwen", wordt voor betrokkenen vanzelfsprekend. Soms sla je in je denken stappen over. Op het moment dat je de methode in het buitenland presenteert, komen er allerlei vragen die je aan het denken zetten: waarom hebben we deze keuze zo gemaakt? Het dwingt je om opnieuw je eigen methode te beschouwen en – waar nodig – aan te scherpen.'

Variatie in aanpak

Leerzaam is ook de variatie in aanpak: Australië voert een staatsbreed programma in (in de staat Queensland), over sectoren heen – onder de noemer van 'Industry School Partnerships'. 'In Nederland ontstaan de initiatieven in de scholen, van onderop. Het kan dus allebei', zegt Hoeve. 'Voor duurzame verankering heb je ze beiden nodig: de bottom-up-beweging wordt gesteund door een strategische, inhoudelijke visie – onderwijsbreed.'

'Wat je in Nederland in een maand bereikt, duurt in Zuid-Afrika een jaar'

De MHS heeft een uitwisselingsprogramma met College of Capetown, afdeling Hospitality. De situatie daar: een restaurant, een keuken, daar tussenin twee praktijklokalen. Ze omarmden het Nederlandse idee om de keuken aan het restaurant te koppelen en studenten Engineering in te schakelen bij de aansluiting van apparatuur. De samenwerking leverde de Zuid-Afrikanen een betere leerwerkomgeving op. 'Hybride is misschien nog een stap te ver, maar het groeit en kost tijd', aldus Marc Raaijmakers, directeur MHS. 'Wat je in Nederland in een maand bereikt, duurt in Zuid-Afrika een jaar.'