Praktijkvoorbeeld 4

PRAKTIJKvoorbeeld 4
••••••••••

Groningen

Bureau NoorderRuimte

Ontwikkeling en onderzoek komen samen in kennisgemeenschap

Bouwkundestudenten van de Hanzehogeschool Groningen  konden eerst een afstudeeropdracht voltooien in een van de AteliersDeze waren echter vrij geïsoleerd. In het streven naar verbinding en verdieping werd Bureau NoorderRuimte geboren: een hybride leerwerkplaats waar studenten, docenten, onderzoekers en lectoren vanuit diverse disciplines samen werken aan praktijkgerichte vraagstukken op het gebied van leefomgeving, klimaatbewuste kustverdediging, duurzaam bouwen en werklandschappen.

De onderzoeksvragen worden ingebracht door het Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte of door de externe omgeving van het Kenniscentrum. 'Er zijn diverse participerende regionale bedrijven waaronder grote namen als Grontmij, DHV en Stork', vertelt Eddy Hekman, betrokken bij de ontwikkeling van verschillende leerwerkomgevingen van het Alfa-college en de Hanzehogeschool. 'Die bedrijven hebben we direct na het idee om onze ateliers door te ontwikkelen tot een hybride leerwerkomgeving erbij betrokken. Dat is een essentiële stap. Het ideale scenario is eigenlijk om eerst een heldere visie te ontwikkelen, daar bevlogen mensen bij te zoeken en dan from scratch een leerwerkomgeving te creëren. Dat is gelukt en dus konden we gaan bouwen.'

Co-creatie

De 'we' uit de laatste regel van de vorige alinea moet breed ingevuld worden. 'Dit is een ontwikkeltraject dat je samen met allerlei partijen en personen ingaat', legt Hekman uit. 'We hebben contact gezocht met het Kenniscentrum, lectoren en externe opdrachtgevers. Aan hen hebben we tijdens enkele bijeenkomsten gevraagd echt bij te dragen en mee te denken. Dit is immers iets dat je alleen samen kunt neerzetten. Het werkt niet als je zegt: "Dit is ons plan, doe je mee of niet?". Het is co-creatie. Door partijen te vragen mee te ontwikkelen creëer je gelijk draagvlak.'

Excellente afstudeerplek

Langzaam maar zeker verrees Bureau NoorderRuimte, een kennisgemeenschap waarin naast de student en diens individuele ontwikkeling tot competent beroepsoefenaar ook de onderzoeksresultaten centraal staan. Hekman: 'Studenten kunnen naar deze excellente afstudeerplek solliciteren. Zij kunnen dan bijvoorbeeld in een afstudeeronderzoek multidisciplinair samenwerken met studenten vanuit meerdere opleidingen. Deze studenten, de juniors, krijgen begeleiding van senior medewerkers. Daarnaast kan zowel het Kenniscentrum als het bedrijfsleven vraagstukken inbrengen.'

Ketenen van traditioneel onderwijs afschudden

'Het Kenniscentrum ziet daarbij de leerwerkomgeving echt als een platform voor multidisciplinaire vraagstukken. De inbreng – en daarmee ook de opbrengst – van de deelnemende bedrijven is zeer divers. Aan de ene kant werken de bedrijven mee aan de ontwikkeling van hun toekomstige medewerkers. En aan de kant krijgen ze de kans om specialistische kennis op te bouwen.'

Baten en kosten

Tegenover de opbrengsten staan ook veel investeringen. Zo vergt de organisatie veel tijd en aandacht. Toch is en blijft men zeer content in Groningen. 'Ik denk dat de kosten en baten elkaar redelijk in balans houden', stelt Hekman. 'Dit onderwijsmodel is in uren gerekend duurder dan traditionele modellen. Maar door zoveel samen te werken, is het rendement hoger. De "kosten" worden verdeeld over meerdere partijen. De financiering kan vanuit verschillende geldstromen. Overigens moet je hier geen traditionele rekenmodellen op los laten. Rendement is hier veel meer dan de studiepunten en is ook voelbaar bij het bedrijfsleven en de maatschappij. De opgebouwde kennis (en netwerken) kan immers benut worden voor oplossingen waar we allemaal wat aan hebben.'

Succesfactoren

Als belangrijkste succesfactoren noemt Hekman het delen van de visie, het besef van urgentie en het opbouwen van sociaal kapitaal. 'Het was overigens niet gemakkelijk om alle mensen in de beginfase bij elkaar te brengen', vertelt Swinkels. 'Ook hier intern was het moeilijk, zeker met al die roosters en verschillende ruimtes waar we zaten. Dit zijn ketenen van het traditionele onderwijs. Die hebben we van ons af moeten schudden: een hybride leeromgeving vraagt immers om flexibiliteit. Bij ons moet je niet denken in blauwdrukken, maar vanuit het proces. We moeten steeds nieuwe plannen bedenken. Of bestaande zaken verbeteren.'

Ruimte voor onzekerheid en onzekerheidstolerantie

Naast succesfactoren zijn er ook valkuilen. Hekman: 'Zoals ik al zei moet je standaardpatronen laten varen. Dat betekent echt een cultuuromslag, zeker voor onderwijsmensen. En voor die cultuuromslag is tijd, ruimte en aandacht nodig. Waar je ook voor moet waken is dat je niet terugvalt op oude, vertrouwde patronen als het even tegenzit. Er moet ruimte zijn voor onzekerheid en onzekerheidstolerantie. Daarna moet je de draad weer oppakken en verder bouwen. Samen, uiteraard.'