De deskundige

 
•••••••••

'Co-makership

ontstaat

niet vanzelf'

Co-makership tussen scholen en bedrijven verloopt soms moeizaam. Dat is op zich niet zo vreemd. Adviseur Marc Wesselink – grondlegger van Strategisch Omgevingsmanagement (SOM) – ziet bij vernieuwingsprojecten wel vaker dat de onderlinge samenwerking gecompliceerd is en dat het ontbreken van gedeeld eigenaarschap succes vaak in de weg staat. Wat zijn volgens hem de basale uitgangspunten voor succesvolle samenwerking?

1. Ga voor een 8,5
‘Co-makership ontstaat niet vanzelf. Scholen en bedrijven moeten zich daarom, voordat ze gaan samenwerken, afvragen of ze een 8,5 uit hun project kunnen halen. Zorgt co-makership ervoor dat een docent zijn werk nog steeds met een 8,5 waardeert? Halen opleiding en bedrijfsleven samen en ieder voor zich een 8,5 uit de samenwerking? En wat betekent co-makership voor de leerlingen en de klanten van het bedrijf? Als blijkt dat die 8,5 niet wordt gehaald, kun je maar beter niet gaan samenwerken of moet er aan de formule van de samenwerking worden gesleuteld. Anders verzandt het project uiteindelijk in goede bedoelingen.’

2. Zoek het gemeenschappelijke belang
‘Een van de belangrijkste voorwaarden voor succesvolle samenwerking is dat je vanuit oprechte interesse in elkaars belangen creatief zoekt naar een gemeenschappelijk belang. Belangen komen soms initieel niet overeen; daar moet je heel eerlijk in zijn. Een ROC wil met co-makership misschien meer leerlingen aantrekken, terwijl het bedrijfsleven leerlingen juist heel anders wil opleiden.’

‘De belangen van onderwijs en bedrijfsleven komen soms niet overeen’

‘Belangrijk is dat je dit erkent en zoekt naar zogenaamd “integratief potentieel”. Waar kruisen de ambities en belangen elkaar? Geef je samenwerking vervolgens vorm vanuit dit gedeelde belang, bijvoorbeeld innovatief technisch onderwijs. Dat vergoot de kans op succes aanzienlijk.’

3. Erken de verschillen
‘Zelfs al heb je gemeenschappelijke ambities en belangen, dan nog kan samenwerking spaak lopen. Niet in het minst omdat er grote cultuurverschillen bestaan tussen onderwijs en bedrijfsleven. Ondernemers maken vaak een hele bewuste keuze om samen te werken met het onderwijs. Zij willen meteen actie ondernemen, spijkers met koppen slaan. Terwijl het onderwijs die intrinsieke motivatie tot samenwerking ook wel heeft, maar vaak wat afwachtender is. Dat zorgt voor wrijving. Erken die verschillen, wees eerlijk, maar heb vooral ook vertrouwen in elkaar. Zo lang je met elkaar in gesprek blijft en het gemeenschappelijke belang blijft zien, komt die samenwerking echt wel van de grond.’

4. Zoek uit of er een plan B is
‘Voordat scholen en bedrijven “de onderhandelingen” ingaan, is het zaak dat ze nagaan of er alternatieven zijn. Is er een alternatief, een plan B? En is dit plan beter dan de gehoopte uitkomst op samenwerkingsgebied? Dan heeft de samenwerking geen kans. In dat geval is het aan te raden om het resultaat van de samenwerking te verbeteren totdat het beter is dan de alternatieven.’