Co-makership

In nummer 2 van Innovisier +

vindt u mooie succesverhalen van co-makership,

maar kunt u ook lezen dat het niet vanzelf gaat,

wat de randvoorwaarden zijn en wat scholen en

bedrijfsleven kunnen verwachten.

 
•••••••••

1. Wat is co-makership?

Bij co-makership werken scholen en bedrijven intensief samen aan goed beroepsonderwijs. Dit doen ze door met elkaar onderwijs te bedenken én uit te voeren. Zo wordt een opleiding door co-makership een gezamenlijk product, waar beide partijen achterstaan. Co-makership overbrugt de kloof tussen leren op school en leren op de werkplek.

2. Waarom is co-makership belangrijk?

Scholen en bedrijven hebben elkaar nodig bij het vormgeven van beroepsonderwijs en het opleiden van uitstekende vakmensen. Door de sterkere band met de praktijk vergroot co-makership het vakmanschap van uitstromende studenten. Daarnaast moet co-makership zorgen voor een grotere instroom in de opleidingen en sectoren, omdat jongeren al vroeg in aanraking komen met de beroepspraktijk.

3. Wat zijn cruciale randvoorwaarden?

Samenwerking en vertrouwen. Scholen en bedrijven moeten tijd willen steken in het elkaar leren kennen. Co-makership vraagt ook om waardering voor elkaars expertise en om professionalisering, bijvoorbeeld wat de begeleiding van studeren betreft. Ook moet de wil er zijn om een gezamenlijke opleiding te maken.

4. Hoe kunnen scholen en bedrijven hun samenwerking het beste inrichten?

Scholen en bedrijven maken samen afspraken over wat studenten in hun opleiding leren. Belangrijk is dat het contact tussen de docent en het bedrijf goed is. Scholen en bedrijven kunnen gebruik maken van een protocol om hun samenwerking vorm te geven. Dit protocol bevat ook praktijkvoorbeelden.

5. Welke vormen van co-makership zijn er?

Bekijk vijf succesvolle vormen van co-makership, die ecbo en hpbo op basis van gesprekken met betrokkenen uit school en bedrijfsleven hebben beschreven.