Van innovatie naar implementatie

Van innovatie naar

implementatie

 
•••••••••

Vijf tips van ...

Daar sta je dan. Je hebt als projectleider een geweldig innovatief project op poten gezet, maar de managers 
en docenten op je mbo-instelling willen er niet aan.
De implementatie – de feitelijke borging – komt maar niet op gang. Herkenbaar?

‘Er wordt veel geïnnoveerd in het mbo’, constateert Loek Nieuwenhuis, lector Beroepspedagogiek aan de HAN, nuchter. ‘Maar vaak zie je er op de werkvloer toch maar weinig van terug. En dat is zonde.’ Nieuwenhuis heeft ervaring met innovatieprojecten en met onderzoek naar het succes ervan. Welke tips heeft hij voor de succesvolle borging van innovatieve projecten?

Tip 1

Innoveer niet te veel

‘Veel mensen denken dat innoveren leuk is. Maar eigenlijk is het alleen maar heel hard werken. Daarom moet je als mbo-instelling ook niet te veel ineens willen aanpakken. Dan zien mensen door de bomen het bos niet meer, verzuipen ze (nog meer) in het werk en komt er van het hele project – laat staan van de borging – niets terecht.’

Tip 2

Innoveer niet om het innoveren

‘Bij elk innovatieproject moet je je afvragen waarom je wilt innoveren. Een mbo-instelling zou moeten innoveren omdat er zorgen zijn over de kwaliteit van de lessen of de efficiëntie van de organisatie. Niet omdat iemand vindt dat het wel weer eens tijd is voor een innovatieproject of omdat er toevallig een potje met geld beschikbaar is.’



Tip 3

Opdrachtgever, pak je rol!

‘Een zichtbare en actieve opdrachtgever is uiterst belangrijk voor het slagen van innovatietrajecten. Het management moet deze rol oppakken. De opdrachtgever kan bijvoorbeeld samen met docenten en leidinggevenden een innovatieplan maken. Wat moet er nu echt worden aangepakt? Waar zit de urgentie? Die urgentie moet het startpunt zijn van het innovatietraject. Ook gedurende het project moet de opdrachtgever zijn betrokkenheid tonen. Niet alleen om te controleren of het project nog op koers ligt, maar ook om deelnemers te enthousiasmeren en eventuele zorgen weg te nemen.’

Tip 4

Houd de urgentie vast

‘Verlies de noodzaak voor het innovatietraject – de urgentie – gedurende de looptijd van het project niet uit het oog. Bij de uiteindelijke implementatie op de werkvloer is die urgentie namelijk van groot belang. Bij innovatie gaat het vrijwel altijd om gedragsverandering. Docenten die bijvoorbeeld anders moeten gaan werken, moeten hun routines opgeven. Dat is niet gemakkelijk, en al helemaal niet als ze het nut – de urgentie! – van de verandering niet inzien.’

Tip 5

Gun het tijd

‘Innoveren kost tijd. Neem dus ook de tijd voor de borging. Geef medewerkers de tijd om hun oude gewoonten vaarwel te zeggen en nieuwe routines te ontwikkelen. En accepteer dat het in het begin niet allemaal optimaal verloopt. Trek daarom niet meteen de stekker uit een project, maar realiseer je dat mensen gewoon even tijd nodig hebben om aan een nieuwe werkwijze te wennen.’