Interview

 
•••••••••

Ondernemen, aangeleerd of aangeboren?

 

Is ondernemen iets wat studenten kunnen leren of moeten ze ervoor in de wieg gelegd zijn? En kan het onderwijs hier ook een rol in spelen? Kees Schöller, business developer bij Saxion Centrum voor Ondernemerschap, en rasondernemer Hennie van der Most geven hun visie.

Hennie van der Most:
‘School is eerder een plek waar je het ondernemerschap afleert’

‘De definitie van ondernemerschap is voor mij: altijd doorgaan, je stelt steeds nieuwe doelen. Als je wat klaar hebt, dan ga je weer wat nieuws beginnen. Het gaat om kansen zien, innoveren. Je kunt ondernemerschap dan ook niet leren. Het zit in je bloed, het is een talent. Goede ondernemers hebben creativiteit, passie, durven risico’s te nemen en hebben doorzettingsvermogen. Ze maken geen 40 uur, maar 80 uur per week. En dat zijn dingen die je op school niet kunt leren. Dat is eerder een plek waar je het ondernemerschap verliest. Afleert. Door school ga je juist beren op de weg zien: “Je moet dit doen en je moet daar rekening mee houden.” Het gaat dan om te veel problemen, terwijl ondernemen een kwestie is van doen. Ondernemers in spé moeten gewoon aan het werk gaan en zorgen dat ze bij veel verschillende bazen werkervaring opdoen. Dat je in het bedrijf loopt en denkt: “Dat kan ik anders doen en dat kan anders.” Ik heb zelf ook wel een paar werknemers in dienst van wie ik denk, die kunnen ondernemer worden. Hen probeer ik dan bedrijven over te laten nemen. En op die manier geef ik ruimte aan de jonge ondernemers in Nederland.’

 

Kees Schöller:
‘Docenten moeten weten wat studenten ’s avonds bezighoudt, wat ze belangrijk vinden’

‘Ondernemerschap betekent voor mij het maximaliseren van de bagage die je hebt meegekregen. Met bagage bedoel ik dat wat vormend is voor de student als beroepsprofessional. Dat kan een stage of bijvoorbeeld een familiebedrijf zijn, waar je het maximale uithaalt, dat zie ik als ondernemerschap. En hoewel ik vind dat ondernemerschap iets is wat niet aangeboren hoeft te zijn, moet dat ambitieniveau er wel zijn. Je moet het maximale uit je beroep willen halen. Dan hoef je niet gelijk bij de top drie van de wereld te horen, maar je moet wel het mooiste willen wat binnen jouw bereik ligt. De taak van het onderwijs hierin is te zoeken naar de persoonlijke drijfveren. Keuzes komen niet uit de lucht vallen. Studenten hebben altijd raakvlakken met het idee dat ze hebben. En daar proberen we bij het Centrum voor Ondernemerschap het accent op te leggen. We proberen altijd het antwoord te vinden op de vraag: “Wat vind je nu zelf hartstikke leuk om te doen en waar ben je goed in?’’ Dat zou ook de kracht van het onderwijs moeten zijn. Docenten moeten weten wat studenten ’s avonds bezighoudt, wat ze belangrijk vinden. Deze informatie moeten ze proberen te koppelen aan de opleiding. Als je dat soort dwarsverbanden legt als docent, dan zit je goed.’