Inhoudsopgave

Interview met

Hennie van der Most

Kansen op

de flexmarkt

Rocken met

Het Circuit

en meer prikkelende voorbeelden

 
•••••••••

In nummer 3 van innovisier+:

interview met Hennie van der Most

Kansen op de flexmarkt

Rocken met Het Circuit

1. Wat is ondernemerschap?

Ondernemerschap roept als eerste het beeld van zelfstandig ondernemers op. Mensen die hun eigen bedrijf runnen. Maar ondernemerschap gaat verder dan dat: het bestaat ook binnen organisaties en is van toepassing op werknemers die kansen zien en pakken. Ondernemende mensen – met of zonder eigen bedrijf – hebben lef, tonen initiatief en zijn zelfstandig en creatief. Ondernemerschap gaat over het toevoegen van waarde.

2. Kun je leren hoe je moet ondernemen?

Ondernemen is vooral doen. Maar onderwijs kan een steuntje in de rug geven. Ondernemers hebben vaak wel de drive om te ondernemen, maar de praktische vaardigheden ontbreken nogal eens. Voor een succesvol bedrijf moet een ondernemer ook weten hoe hij een onderneming begint, opdrachten verwerft en hoe het met de financiële aspecten zit. Juist voor het aanleren van competenties en kennis op deze gebieden is onderwijs heel geschikt.

3. Hoe bereid je studenten voor op het ondernemerschap?

Van vmbo tot en met hbo: ondernemerschap staat op de agenda. In zowel het hbo als het mbo kunnen studenten een certificaat Ondernemerschap halen. In het hbo start Bernard Wientjes per 1 september als eerste leerstoelhouder van de Utrecht Chair for Entrepreneurship and Leadership bij de Universiteit Utrecht. Hbo’ers en mbo’ers leren de typische eigenschappen van een ondernemer te combineren met de praktische vaardigheden om een onderneming op te starten en te runnen. In schooljaar 2015-2016 neemt het mbo de CE Ondernemerschap op als keuzedeel in de kwalificatiestructuur.

4. Een CE Ondernemerschap, werkt dat?

Het ministerie van OCW wil de voortgang en effectiviteit van de CE Ondernemerschap meten en monitoren. Dit kan met de Effectiviteitsmonitor CE van Panteia. Voordat ze met de CE beginnen, krijgen studenten een aantal vragen voorgelegd, bijvoorbeeld over hun ambities en hun visie op ondernemerschap. Zo ontstaat een nulmeting. Na de afronding van de CE Ondernemerschap beantwoorden de studenten de vragen opnieuw, zodat duidelijk is wat ze hebben geleerd. Daarnaast is er een controlegroep die de CE niet volgt. Deze groep beantwoordt dezelfde vragen.

5. Hoe kijkt het bedrijfsleven tegen deze ontwikkelingen aan?

Tegenwoordig moet iedereen zelfstandig, proactief en verantwoordelijk zijn, allemaal ondernemersvaardigheden. Werkgevers willen ook graag ondernemende werknemers, want zij staan voor innovatie en pakken graag nieuwe dingen op. Bij uitstek eigenschappen die de Nederlandse kenniseconomie zo nodig heeft. Het bedrijfsleven juicht ondernemerschap in het onderwijs dus toe.