Welzijnsorganisatie Mooi

 
•••••••••••

Meer beroepstagiairs dan ooit

In 2011 starten zo’n twintig instellingen met het innovatiearrangement STRONG, Studie Route Net Gezondheid. Welzijnsorganisatie MOOI is er daar één van. MOOI kijkt inmiddels terug op een succesvol driejarig project. Waarom was STRONG zo’n succes? Wat heeft MOOI er aan? Is er een blijvend effect? Deze en andere vragen stellen we Hans Roskam, directeur van MOOI.

Wat was de directe aanleiding voor dit project?
‘Belangrijke samenwerkingspartner was ROC Mondriaan. Daarmee hadden we al hele positieve ervaringen in een eerder, succesvol project: Lerende wijkcentra. Uit deze eerdere samenwerking hebben we geconcludeerd dat jonge mensen niet snel de stap naar de intramurale zorg zetten. En als ze dat wel doen, vallen ze vaak uit. Binnen zorginstellingen bestaan veel protocollen. Je moet meteen daarin meedraaien. Dat valt niet mee als je nog in je opleiding zit. We zijn toen op het idee gekomen om de studenten in contact te brengen met een kwetsbare doelgroep, maar dan in de wijk. Daarmee hebben we goede ervaring in de welzijnssector.’

Wat heeft STRONG concreet opgeleverd?
‘De uitval is een stuk minder. Daar hebben wij natuurlijk ook profijt van. Bovendien past de ervaring van deze studenten bij de trend van extramuralisering: ouderen en zieken blijven langer thuis. Dat is natuurlijk van oudsher het terrein van welzijn. Langzaam vervaagt die scheidslijn tussen welzijn en zorg. Dit project heeft ervoor gezorgd dat betrokken organisaties en scholen in deze regio daar op voorbereid zijn. Daarmee zijn we echt vernieuwend. Natuurlijk blijven verpleeg- en verzorgingshuizen bestaan. De studenten die daar terecht komen, weten nu waar ze aan beginnen.’

En voor MOOI?
‘Wij mochten meer studenten opleiden. Die zorgen echt voor een frisse wind in je organisatie. Ze kijken onbevangen tegen situaties aan en vinden bepaald gedrag van cliënten niet raar. Of juist wel…haha. Het grote voordeel van de samenwerking met het onderwijs is dat je meer mensen beschikbaar hebt. Daardoor ben je zichtbaarder in de wijk. Onze cliënten hebben daar echt profijt van. Daar staat tegenover dat je de studenten wel goed moet begeleiden.’

Het project is inmiddels afgerond. Hoe is de stand van zaken nu?
‘De samenwerking met de gezondheidsopleiding bestaat nog steeds. Het is een beproefde methode die we koesteren: het aantal studenten is veel groter. Bij MOOI hebben we op dit moment 250 beroepsstagiairs. Dat is meer dan ooit. Daar komt bij dat er maatschappelijk gezien zoveel veranderd is. Organisaties moeten samenwerken, anders komen ze helemaal niet meer in aanmerking voor projecten. Organisaties die aanvankelijk twijfelden, hebben nu gezien dat het werkt. Het “innovatiegeld” heeft overigens wel geholpen om ze over de streep te trekken. Dat is heel goed geweest.’

Zijn onderwijsinstellingen voor organisaties als MOOI innovatieve partners?
‘Het mbo probeert met het curriculum echt aan te sluiten bij de vaardigheden die de beroepspraktijk vraagt. Het duurt alleen lang voordat er wijzigingen zijn doorgevoerd. Mbo’ers staan echt in de praktijk. Dat is bij hbo’ers anders: die doen tijdens de opleiding minder praktijkervaring op waardoor hun theoretische kennis minder aansluit bij de praktijk. Het hbo lijkt steeds academischer te worden. Dat is jammer. Het is toch beroepsonderwijs. Mijn tip aan het hbo: zoek de praktijk op, ga naar buiten.’