Hunebedcentrum en De Zorgzaak

 
•••••••••

Leren doe je in de praktijk

Bedrijven en organisaties in Drenthe hebben behoefte aan input op alle niveaus. Van ‘handjes’ tot onderzoek. Belangrijkste samenwerkingspartner: het onderwijs. Het innovatiearrangement ReCoMa-Lab bracht de onderwijsinstellingen en ondernemingen bij elkaar. Eind 2015 loopt de projectperiode ten einde. Het resultaat bestaat uit een reeks concrete projecten en duurzame samenwerking: ‘We gaan door’.

Welkom in Drenthe. Bij de provincie waar het toerisme een belangrijke werkgever is, verwacht je deze welkomstboodschap aan de provinciegrens. ‘Deze borden staan er niet’, zegt Hein Klompmaker, directeur van het Hunebedcentrum in Borger, een van de ReCoMa-Lab projectpartners. ‘Dat is natuurlijk geen ramp, maar het kenmerkt onze toeristische sector wel: die bestaat uit veel kleine, zelfstandig opererende bedrijven en organisaties. Dat heeft heel veel charme, maar de samenhang kan beter en de organisatie efficiënter. Door het ReCoMa-Lab zijn we een stuk dichter bij effectieve samenwerking. Daar profiteren we uiteindelijk allemaal van: studenten, ondernemers en toeristen.’

Grenzen overschrijden
Een van de resultaten is een grensoverschrijdende familie-expeditie van Geopark de Hondsrug en Natur- und Geopark TERRA.vita in Osnabrück. ‘Studenten van Stenden Hogeschool en het Alfa-college hebben dit project bedacht en opgezet. Samen met medewerkers van beide Geoparken hebben deze mbo’ers en hbo’ers de families begeleid die hier aan mee hebben gedaan. We hebben met deze familie-expedities letterlijk grenzen overschreden’, aldus Klompmaker. Maar er zijn meer praktische opbrengsten: bijvoorbeeld de bus die voor 30 bedrijven folders brengt naar 1.000 adressen. ‘Een stuk milieuvriendelijker en goedkoper dan 30 afzonderlijke ritjes.’

‘Je komt los van de structuren waar je in zit’

De motivatie om mee te doen met ReCoMa-Lab heeft volgens Klompmaker niets te maken met de subsidie van het project. ‘De projectpartners houden hier financieel gezien niks aan over.’ Ruud Slot, directeur van De Zorgzaak – ook partner in het lab – beaamt dit. ‘De mensen die in ReCoMa-Lab zitten, kijken verder dan hun eigen organisatie. Je komt los van de structuren waar je in zit en dan krijg je vernieuwing. Zonder die samenwerking lukt dat niet, dan blijf je hangen in de waan van de dag.’

Meer handjes
Slot heeft een uitgesproken mening over het onderwijs. ‘Leren doe je niet op school, maar in de praktijk. Via concrete opdrachten en projecten. Dat onderscheidt ReCoMa-Lab ook van andere projecten: het levert studenten, bedrijven en – in ons geval – zorgvragers echt iets op.’ Voorbeeld? ‘We hebben een kleinschalige woonvoorziening opgezet die aansluit bij de veranderingen in de zorg. Het is een werkervaringsplaats voor studenten: ze krijgen op deze locatie les van docenten, in de praktijk. Tegelijkertijd stelt het ons in staat om deze voorziening te draaien. Maar wat misschien nog het allerbelangrijkste is: er zijn meer “handjes” voor de bewoners. Heel fijn, maar ook verfrissend voor onze bewoners en medewerkers.’

Verouderd curriculum
Ander resultaat uit het borrelende ReCoMa-Lab is een handige app voor diabetespatiënten. Slot: ‘Mbo’ers van zorg & welzijn zijn bij zorgvragers gaan inventariseren waar ze behoefte aan hadden. De hbo’ers hebben de app uiteindelijk gebouwd. Ze waren “gedwongen” om samen te werken omdat de taal van de techniek volledig moest voldoen aan de wens en vraag van de gebruiker. Deze ervaring doen ze alleen op in de praktijk.’ Volgens Slot is dit de enige manier om aan te sluiten bij de snelle maatschappelijke veranderingen. ‘Het curriculum is per definitie verouderd: aanpassing daarvan duurt jaren. Daar kunnen we – studenten, onderwijsinstellingen en bedrijfsleven – gewoon niet op wachten.’

Samengevat is ReCoMa-lab volgens beide mannen een voorbeeld voor bedrijven en onderwijsinstellingen in andere regio’s. Het brengt clusters van bedrijven en scholen bij elkaar. Met als opbrengst: concrete, innovatieve projecten en – na beëindiging van het project - duurzame samenwerking. Klompmaker: ‘We gaan door.’